De stad als natuurlijke habitat voor de mens? Coronavirus en ruimtelijke ordening.

verscheen eerder op ROMagazine.nl

 Cities have always been the fireplaces of civilization, whence light and heat radiated out into the dark (Theodore Parker, 1810-1860)

Dit citaat van de Amerikaanse predikant Theodore Parker is een elegante beschrijving van de stad, een bejubeling die ook bij economen en sociologen van voor en na Parker in wetenschappelijke termen te lezen valt. Terecht, want de stad heeft voorspoed, tolerantie, kortom civilisatie gebracht. Opmerkelijk is dat de stad toch behoorlijk wat criticasters kent. Kritiek is altijd goed, maar het is van alle tijden dat de stad (ook) gezien wordt als bron van kwaad en ellende. Soms direct, soms omfloerst, soms in academische termen. Ook in de huidige pandemie.

Een van de oorzaken van de Covid-19 crisis is volgens velen de dichtbevolkte steden. Met de beelden van New York op het netvlies ontkomen we ook moeilijk aan die conclusie. De echte oorzaak is natuurlijk een gemuteerd virus dat van dier op mens is overgedragen, iets wat al eeuwenlang bij tijd en wijle gebeurt. In de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad van 2 mei jongstleden wordt gesteld dat biodiversiteit een belangrijke rol speelt bij zoönosen (infectieziekten overgedragen van dier op mens): heel veel verschillende organismen in compacte setting. Dichtheid doet er dus wel degelijk toe. Maar anders dan de natuur, is de mens vindingrijk. Natuurlijk spelen stedelijke dichtheden een belangrijke rol bij het verspreiden van ziekten, maar ook bij het ‘overwinnen’ ervan. Doug Saunders, ja, die van Arrival City, stelde dat hoge dichtheden in steden juist een zegen zijn als antwoord op pandemieën: infrastructurele aanpassingen, draagvlak voor medische voorzieningen, snelle groepsimmuniteit (The Globe and Mail: In a pandemic, big cities are islands of safety, 30 maart 2020). Dat is wat betreft Covid-19 bevestigd door twee Chinese onderzoekers in hun artikel Urban Density Is Not an Enemy in the Coronavirus Fight: Evidence from China. En op CityLab viel vorige week te lezen dat “in New York, density saves lives too”. Statistisch onderzoek wijst uit dat het aantal doden als gevolg van Corona (hoe triest ook) niet opweegt tegen het aantal doden dat niet gevallen is als gevolg van meer bewegen, lagere zelfmoordcijfers, betere gezondheidszorg, openbaar vervoer (openbaar vervoer betekent namelijk veel lopen, geen gebruik maken van de auto, en dus minder doden door auto-ongelukken), bike lanes, voetgangersgebieden.

De geschiedenis leert dat steden gezondheidscrises hebben beantwoord met inventieve maatregelen, waaronder ruimtelijke zoals rioolsystemen, parken, openbaar vervoer en waterleidingen, die toegepast werden in de stad. Maar nooit, bijna nooit, was het antwoord de stad te ontvluchten. Bijna nooit? Alleen de Garden City Movement (1898), ook een reactie op de slechte volksgezondheid in de steden, zocht haar heil buiten de stad, met alle sociale en economische gevolgen van dien. Deze door Jane Jacobs ooit als ‘lariekoek’ omschreven beweging, ligt aan de basis van het anti-stedelijk denken dat zich vanaf 1900 onuitroeibaar in de stedenbouw genesteld heeft.

En ligt nu weer op de loer! Als directe, begrijpelijke, maar naïeve en impulsieve reactie op de ellende van vandaag de dag. Als gehaaide demagogie van de weilandbouwers. Als academische denkrichting van de rijksbouwmeester: “Misschien [wonen we] minder in een appartement in de Randstad, en meer in een verbouwde boerderij in de Achterhoek, in contact met de natuur”.

Mijn nieuwe vlam Aylin Bilic, publiciste in o.a. NRC Handelsblad, kopte niet zo lang geleden: “Stop met religieus gezwets over ‘Moeder Natuur’, en hekelde de virulente houding dat de natuur boos op ons is en dat Moeder Natuur wraak op ons neemt. De natuur neemt geen wraak want weet niet wat goed of slecht is. In mijn optie is de natuur een zinloze en toevallige chaos die ons toevallig met deze ellende heeft opgescheept. De natuur biedt ook geen oplossing. De natuur is namelijk niet vindingrijk. Ik deel Bilic’ opvatting dat de natuur niet moreel is, niet immoreel, maar volstrekt amoreel. Mensen zijn wèl moreel dan wel immoreel, en in elk geval vindingrijk. Tenminste, als je veel verschillende mensen dicht bij elkaar zet, dan worden oplossing bedacht. De stad is de constructiefste habitat voor die mens.


Monique.Amkreutz schreef:

Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!

André schreef:

Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…

Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!

Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..

Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.

e van hagen schreef:

Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.

Harrie schreef:

U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.

Joop Moes schreef:

Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.

Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.

Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.

Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.

J. Bret schreef:

Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.

Willem Boterman schreef:

Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.

Agnes schreef:

Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.


Geef een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd