50 jaar wonen in de Jordaan

50 jaar wonen in de Jordaan

(verscheen in december 2014 in ROmagazine.nl)

 

Zeugen des Jahrhunderts is een indrukwekkende interviewserie die sinds 1979 op de Duitse televisiezender ZDF te zien is. Getuigen van een lange epoche in de Duitse of Europese geschiedenis komen uitvoerig aan het woord om hun licht te laten schijnen op de historische ontwikkelingen waarvan zij deel uitmaken. Steeds word je meegezogen in een recent verleden. Soms wil je even deel uitmaken van de verhalen en wens je jezelf een kort uitstapje naar de historische plekken en momenten.

Geschiedenis is plek gebonden, en het is dus niet zo verwonderlijk dat de Griekse schrijver Herodotus (rond 450 voor Chr.) vandaag gezien wordt als zowel de vader van de geschiedschrijving als van de geografie (wat letterlijk het beschrijven van de aarde betekent).

Toen de Amsterdamse fotografe Caro Bonink me vertelde over haar idee om Amsterdamse bewoners die 50 jaar of langer op hetzelfde adres wonen te fotograferen en te interviewen, bloeide mijn geografische hart op. Een uitgelezen kans om getuigen van de laatste halve eeuw te bevragen over hun ervaringen in de turbulente jaren ’60 en ’70 waarin een leegloop in de stad gepaard ging met de opkomst van jongerenprotest en vrouwenemancipatie in de stad. Hun opvattingen en ervaringen te horen over de stadsvernieuwing in de jaren ’80, gentrification vanaf de jaren ’90 en de massale toeloop naar de hoofdstad in het nieuwe millennium. De eerste foto’s van Caro Bonink, tevens geografe, ontroerden me direct. Ze portretteert de oude Amsterdammers in hun huidige woning, waar de geschiedenis in kleur en inboedel is neergeslagen.

CoosjedeWitJordaan-002

De foto van de oude vrouw ‘op d’r woning in die fijne Jordaan’. Ze is getuige geweest van neergang en opkomst van de meest bekende volksbuurt van Nederland. Ze is de een der laatste bewoners van de Jordaan die nog uit eigen ervaring kan verhalen over de sociale dynamiek en de veerkracht van de bebouwing van wat eens een sloppenwijk was en nu een zeer gewild woonmilieu en toeristische attractie van wereldformaat.

Als zij aan het begin van haar 50 jarige verblijf op hetzelfde adres haar wooncarrière start, bevinden veel westerse steden zich in een dramatische overgangsfase. Zo ook Amsterdam. In 1964 is de woningnood nog steeds hoog, maar zijn ook de woonwensen door de toegenomen welvaart na de Tweede Wereldoorlog veranderd. Men wil ruimer wonen, en als het even kan in een groene omgeving. Omdat de motor van de Nederlandse economie al lang niet meer in de steden ligt, maar in de industrieën daarbuiten, suburbaniseren veel stedelingen naar ruimer opgezette woonwijken buiten de oude stad en soms ver daarbuiten, zoals Purmerend, Heerhugowaard en later Almere.

Daarbij komt dat ook met de komst van de pil ook het aantal geboorten afneemt. Beide ontwikkelingen treffen Amsterdam hard: de stad stroomt vanaf 1959 tot 1984 leeg en de natuurlijke aanwas keldert.

Als onze bewoonster haar woning rond 1964 betrekt, is ze eerder uitzondering dan regel. De Jordaan is dan de buurt bij uitstek waar de moderne stadsbewoner van die tijd zijn neus voor ophaalt. Jonge gezinnen uit de Jordaan vertrekken naar de Westelijke Tuinsteden en Noord, waar volop gebouwd werd.

Met de oplevering van woningen in de Bijlmer vanaf 1968 en het ‘overloopbeleid’ vanaf 1970 naar groeikernen als Purmerend, Hoorn en Lelystad werd het voor bewoners van de Jordaan gemakkelijker de krappe en slecht onderhouden woningen in dit oude deel van het centrum van Amsterdam in te ruilen voor moderne en ruime woningen buiten de vooroorlogse stad.

De leefomstandigheden in de Jordaan waren vergeleken met de nieuwbouw elders beroerd, en het daaruit voortvloeiende imago van de Jordaan verslechterde in rap tempo zodanig, dat het toenmalige gemeentebestuur besloot de Jordaan te slopen om plaats te maken voor nieuwbouw: betere woningen in een ruimere opzet. Mede door het krachtige verweer van de bevolking, waaronder wellicht ook onze bewoonster, wordt dit besluit niet uitgevoerd, maar daalt de bevolking toch rap met in het midden van de jaren ’60 met wel 1300 inwoners per jaar.

Op dit (demografisch) dieptepunt in de moderne geschiedenis van Amsterdam en de Jordaan in het bijzonder, zien de achterblijvers, en dus ook de gefotografeerde bewoonster, een ontwikkeling in hun buurt die op dat moment uniek is in Nederland. Ondanks de gangbare trek naar de suburbs, lijken door de architectonisch-stedenbouwkundige aantrekkelijkheid delen van de Amsterdamse binnenstad interessant te worden voor bepaalde bewoners met een hoge status. In Londen is dat proces in 1964 door de Britse sociologe Ruth Glass voor het eerst geduid in de term gentrification. De eerste Nederlandse gentrification-golf vindt plaats in de Jordaan van de jaren ’70. Het is geen terugkeer van de elite van buiten de stad, maar een afnemend vertrek van relatief hoog opgeleide en geëmancipeerde twintigers en dertigers die gemakkelijk werk vinden in de groeiende zakelijke dienstverlening.

Als onze bewoonster midden jaren ’70 uit het raam heeft gehangen heeft ze kunnen zien dat deze nieuwe groepen stedelingen in de oude panden gingen investeren, dat mondjesmaat de tanende Jordanese kroegen werden vervangen door steeds hippere cafés en restaurants. Na 1984 steeg de werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening voorzichtig, nam het aandeel van de creatieve beroepen in aantal toe. Door de Wet op de Studiefinanciering midden jaren ’70 nam ook het aantal studenten in de stad toe, die het eerst gingen kijken of er in de Jordaan een woning te bemachtigen viel. Soms was dat mogelijk, ook omdat de gaten die in de bebouwing waren gevallen vanwege sloop van echt slechte panden, in de jaren ’80 werden opgevuld met sociale woningbouw.

Daarmee is onze bewoonster ook getuige geweest van het scheefwonen. Het wonen in de oude delen van de stad werd zo gewild, dat er heel wat moest gebeuren voordat een eenmaal bemachtigde sociale huurwoning werd ingeruild voor een ruimere woning elders in de stad, verder weg van de plekken met een inmiddels rijke mix aan voorzieningen. Het gentrification proces dat in de jaren ’70 voorzichtig een aanvang nam, is tot op heden een niet te stoppen ontwikkeling gebleken, met scheefwonen als hardnekkig neveneffect. Amsterdam is inmiddels weer de motor van de economie geworden, met een grote aantrekkingskracht op jonge Nederlanders en inmiddels ook buitenlandse talenten.

Stonden Jordanezen die al 50 jaar op hetzelfde adres wonen in het begin van hun wooncarrière alleen in hun keuze in de stad te blijven wonen, als zij hun panden verlaten zullen velen trachten met sterke gretigheid hun plek in te nemen.

Caro Bonink gaat het allemaal vragen. Dat is niet alleen interessant vanwege deze specifieke kijk op de lokale geschiedenis. Maar ook omdat zulke lokale geschiedenis binnenkort niet meer geschreven kan worden. Want wie zal in de nabije toekomst nog 50 jaar op hetzelfde woonadres hebben gewoond. Dat is een uitstervend fenomeen.

 


Monique.Amkreutz schreef:

Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!

André schreef:

Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…

Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!

Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..

Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.

e van hagen schreef:

Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.

Harrie schreef:

U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.

Joop Moes schreef:

Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.

Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.

Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.

Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.

J. Bret schreef:

Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.

Willem Boterman schreef:

Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.

Agnes schreef:

Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.


Geef een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd