De zegen van de sociale media voor de publieke ruimte
(eerder gepubliceerd in Vakblad ROm)
Geografen en stedenbouwkundigen houden zich met menselijk gedrag bezig. Idealiter bestuderen, beschrijven en begrijpen de eersten dat gedrag, en vormen daarmee de basis voor een prachtig ontwerp van delen van de stad. Idealiter! Hoe dan ook, beide groepen ruimtelijke ordenaars moeten doordrongen zijn van de basale sociale en economische motieven die ten grondslag liggen aan dat menselijk gedrag. Dat is: zorgen voor nageslacht en overleven om die zorg zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Daarvoor hebben we anderen nodig en werk. Zowel in de biologie als in de economie is diversiteit een bewezen en noodzakelijke voorwaarde voor succes. Het gezondste nageslacht komt voor uit een gevarieerde populatie, en economische innovaties ontstaan in een milieu waar veel en verschillende ideeën tegen elkaar opbotsen. Kortom, mensen zoeken zo veel mogelijk en veel verschillende andere mensen op.
Een waarheid als een koe, maar te veel beroepsgenoten hebben niet het flauwste benul van deze grondslag van hun werk. Zo riepen in de jaren ’90 gezaghebbende sociologen en stedenbouwkundigen, met Rem Koolhaas voorop, dat de openbare ruimte binnen afzienbare tijd ‘dood’ zou zijn omdat iedereen via internet zijn weg zoekt. Darwin had zich amper in zijn graf omgedraaid of het gebruik van de openbare ruimte explodeerde. Tot op de dag van vandaag. Niet overal. Nee, natuurlijk niet. Maar wel daar waar veel andere en verschillende soorten mensen zijn. Je kon het op de achterkant van een bierviltje profeteren.
Sociale media zijn vandaag de dag de nieuwe duivelse belagers van de samenleving, zoals alle voorgaande veranderingen in de informatieoverdracht. Grieken zagen het beitelen van interessante gedachten in steen toch vooral als het bevorderen van lui denken. De uitvinding van de boekdrukkunst zou de weg openen naar ongebreidelde kennisoverdracht van vooral gevaarlijke en moraal aantastende hersenspinsels. Uiteindelijk leidde het allemaal tot meer face to face contacten.
De intensivering van het gebruik van de openbare ruimte loopt parallel aan (snelle) ontwikkelingen op het gebied van de telecommunicatie. Je kunt dit de ‘paradox van de telecommunicatie’ noemen: hoe groter de digitale contactmogelijkheden, hoe intensiever het aantal face to face contacten. De socioloog Castells wijst in dit verband op het groeiende belang van digitale connectiviteit: “Permanent connectivity, not motion, is the critical thing”. Uit een onderzoek dat ik samen met collega’s van de Dienst Onderzoek en Statistiek in 2012 heb uitgevoerd bleek dat een kwart van de smartphone-bezitters hun fysieke sociale contacten hadden zien toenemen als gevolg van gebruik van sociale media. De helft van de gebruikers meende dat de sociale contacten hetzelfde gebleven waren en slechts twee procent had een afname gezien. Meer dan 80 procent van de respondenten zag in de toekomst het aantal fysieke sociale contacten toenemen.
Waar vinden die sociale contacten dan plaats? Op leuke plekken! Maar liefst 60 procent van de respondenten noemden het levendige deel van de stad Amsterdam, het gebied binnen de Ring A10 met een veelheid en veelsoortigheid aan interne (bijvoorbeeld horeca of bibliotheken) en externe ontmoetingsplekken (parken, pleinen), als de fysieke plek waar hun digitale contacten face to face ontmoetingen werden. Uit het recente Grote Groenonderzoek 2013 blijkt dat het gebruik van parken binnen de Ring toeneemt, en buiten de Ring zelfs daalt! Overtuigende onderbouwing voor de constatering in The Economist (2008) dat “… the next big wave of social networking will revolve around mobile phones and the places that people take them to
We zijn er nog niet. In een kennisstad als Amsterdam zijn openbare ruimten de meest toegankelijke plekken om anderen en andersdenkenden te ontmoeten. Daar doet men nieuwe ideeën op en wisselt men kennis het snelst uit. Voor het toenemend aantal zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) is de openbare ruimte ook nog eens letterlijk ‘het kantoor’ waar men klanten of anderen ontmoet. Kortom, stedelijke openbare ruimten en gelegenheden zijn de productiemilieus van de nieuwe economie
Het gebruik van de openbare ruimte als productiemilieu wordt vergemakkelijkt door de hoge vlucht die de toepassingsmogelijkheden van smartphones nemen. Men is niet alleen constant in contact met anderen, maar plukt ook alle documenten, portfolio’s, presentaties en dummy’s vanuit het park, de bibliotheek, het café, Coffee Company of vanaf het terras ‘uit de lucht’. Ook hier vergroten de smartphones het gebruik van leuke plekken.
Tenslotte. Stedelijke gezinshuishoudens (groeiend in een stad als Amsterdam) kennen gemiddeld vier agenda’s die op elkaar moeten worden afgestemd. Dat wordt met behulp van smartphones en allerlei apps weliswaar vergemakkelijkt, maar tijdruimte-budgetten krimpen. Dus wordt nabijheid van voorzieningen een cruciale vestigingsfactor. Sprawled Cities zijn daarmee uit den boze, wat ook uit de Angelsaksische literatuur blijkt.
Kortom, smartphones verhogen het aantal fysieke contacten, vergemakkelijken het afspreken op aantrekkelijke plekken, faciliteren Het Nieuwe Werken in de publieke ruimte, zijn een niet meer weg te denken organizer van urban family life en scheppen een compacte stad. Dus: steden let op uw zaak. Geen bedrijventerreinen, shopping malls, asfalt, parkeerstroken of wijken met eengezinswoningen aanleggen, maar richt je op parken, fietsverbindingen, stadsstraten, compacte bouwblokken, openbaar vervoer, openbare ruimte en voorzieningenmix!
Om toch doemdenkend te eindigen: wie geen deel uitmaakt van een digitaal netwerk is (zowel sociaal als ruimtelijk) outcast!
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!