Over Bauhaus en meer aandacht voor Van Eesteren
Dessau, 28 maart 2014. We staan met een aantal DRO-ers voor het indrukwekkende en verrukkelijke Bauhaus-gebouw. Nog steeds in gebruik als tentoonstellingsruimte, hogeschool en woonruimte voor studenten. Ook ik, een van de weinige leken in het gezelschap, raak ontroerd door de architectuur en detailleringen in het pand.
Bauhaus, Dessau
Bauhaus startte in 1918 in Weimar als Hochschule fur Gestaltung, dus niet enkel als hogeschool voor de architectuur, maar voor de ontwerpkunsten in bredere zin. Maar omdat de nationaalsocialistische Thüringse grond te heet werd onder de voeten van Gropius en de zijnen, vertrok het hele circus begin jaren ’20 naar het enkele honderden kilometers verderop gelegen Dessau, waar de toenmalige vrijzinnige burgemeester die Modernen met open armen ontving. In Weimar heeft Bauhaus amper iets gebouwd, maar in Dessau staan nu nog enkele ‘museumstukken’, zoals het Bauhaus Gebaude zelf, die Meisterhäuser en de Siedlung Törten. Het enthousiasme van die burgemeester van Dessau, toen omstreeks 70.000 inwoners, was moedig te noemen. Niet alleen vanwege de rappe opkomst van de bruinhemden die al het moderne verfoeiden en als ‘entartet’ bestempelden, maar ook vanwege de overwegende afkeur van de bevolking, voor wie die vreemde gebouwen onbegrijpelijk waren. DRO-collega Daniel Kothe, onze Reiseführer, lardeert deze inzichten met foto’s uit die tijd. Van hem leren we verder dat ook in Dessau de Bauhaus-periode kort is. Begin jaren dertig vlucht de beweging naar Berlijn, waar Ludwig Mies van der Rohe kort de scepter zwaait, maar ook daar moet Bauhaus in 1933 letterlijke en figuurlijk de poorten sluiten. Wat Mies van der Rohe ook probeert (tegen het einde ontslaat hij Joodse medewerkers en weert Joodse studenten), de beweging houdt op te bestaan, en de leden verlaten massaal Duitsland om elders, met name in Amerika, hun persoonlijke carrière voort te zetten. De Bauhaus beweging is net zo oud geworden als de Weimar republiek (1918-1933).
De Meisterhäuser, de woningen die Walter Gropius, chef Bauhaus, ontwierp voor hemzelf en voor zijn collega’s waaronder Klee, Kandinsky en Schlemmer, werden direct na ’33 door de Nazi’s geconfisqueerd en onherkenbaar verbouwd tot Biedermeier woningen. Een groot deel werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest. Na de Wende is een deel van de woningen in oude staat hersteld, zijn twee panden als artistiek Mahnmal ontworpen en dienen er twee als authentiek ingerichte museale panden. Prachtig, zowel uit historisch als architectonisch perspectief. Niets ideologisch was Bauhaus vreemd. Mensen ‘moesten’ goede woningen gemakkelijk in eigen bezit kunnen krijgen en in communale verbanden wonen. De Siedlung Törten in Dessau is daarvan een van de weinige voorbeelden. Stel je een soort Betondorp voor, maar dan niet in het bezit van een woningcorporatie, maar in eigendom van de bewoners zelf. Het gevolg laat zich raden. Omdat het mensen eigen is zich dan toch in hun bezit te onderscheiden, verbouwden de meesten hun prachtig vormgegeven panden zodanig dat er van het oorspronkelijke design weinig meer overbleef. Vergelijk de huidige situatie met foto’s ten tijde van de oplevering en je valt stijl achterover. Een bewijs ook daarvoor dat mensen zich niet gemakkelijk in een keurslijf laten dwingen en dat geweldige architectuur niet altijd hoeft te leiden tot geweldige stedenbouw. Een laatste Bauhaus parel die we zagen was het Kornhaus (aan de Elbe) in Dessau, een uitstekend restaurant aan de Elbe met schitterende uitzichten op de rivier vanuit verschillende hoeken. Je wordt er gelukkig van. Dat Bauhaus architectuur fascinerend is kan intersubjectief genoemd worden. Niemand van ons had er zijn twijfels over. Ook niet de mensen, scholieren en studenten, die in de weekenden vanaf vrijdags in busladingen de stad bezoeken enkel en alleen vanwege Bauhaus. Een economisch pluspunt voor het nu 84.000 zielen tellende stadje Dessau dat sinds 1990 sterk krimpt.
Hoewel Bauhaus slechts in beperkte mate te vergelijken is met het Functionalisme van Le Corbusier en Van Eesteren (Gestaltung versus stedenbouw, pré-CIAM versus CIAM 1928-1959), is de cultureel-toeristische aantrekkingskracht ervan groter dan bijvoorbeeld een van de paradepaardjes van CIAM in Nederland: de Westelijke Tuinsteden. Die zijn hooguit als zodanig bekend in de architecten en stedenbouwkundigen niche. Het Van Eesteren-museum is dan ook gehuisvest in een onbeduidend schoolgebouw aan de Van der Vlugtlaan. De Bauhaus excursie leert me dat er meer mogelijk moet zijn. Een nieuw pand op een nieuwe locatie, aan de schitterende Sloterplas, is in dit opzicht dan ook een sterk te ondersteunen initiatief.
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!