De horeca bonanza
verscheen eerder in Romagazine.nl 12 januari 2016
Het CBS laat recent weten dat het aantal cafés in Nederland afgelopen jaar alweer is afgenomen. Voor een deel is dat te zien in de krimpregio’s. Zo telde mijn Zuid-Limburgse geboortedorp dat ik in 1978 verliet, 15 cafés op ongeveer 8000 inwoners. Vandaag zijn het er nog maar vier. En alleen met kermis of carnaval is het er druk. Toch is er sprake van een fikse horeca bonanza. De afgelopen vijf jaren steeg namelijk het aantal horecagelegenheden in Amsterdam per saldo met bijna 400. Constante drukte. Ook in Rotterdam, Maastricht en Haarlem neemt het aantal horecagelegenheden toe.
Horeca hoort bij de stad. In Amsterdam bezoekt 65 procent van de alleenstaande werkers en 48 procent van de werkende koppels wekelijks een restaurant. In Almere, dat je allesbehalve een stad kunt noemen, zijn die percentages 23 respectievelijk 19. Dat scheelt nogal.Horeca hoort bij Amsterdam. Deze stad heeft ongeveer 4781 horecagelegenheden. Amsterdam kent de hoogste horecadichtheid van Nederland: 57 horecagelegenheden per 10.000 inwoners. In Den Haag is dat 36, in Utrecht 34 en in Rotterdam iets meer dan de helft: 27. Iets meer dan 10 procent van alle cafés in Nederland vind je in Amsterdam.Horeca hoort bij de urban fabric: 87 procent van de horecagelegenheden in Amsterdam wordt binnen de Ring geëxploiteerd. Buiten de Ring betreft het overigens voornamelijk snackbars.
In mijn promotieonderzoek uit 1999 ontdekte ik dat startende studenten hun studentencafés hadden van waaruit ze schoorvoetend de onbekende stad ontdekten en soortgenoten ontmoetten met dezelfde vragen en huiveringen. Werkenden bezochten de cafés vooral om zich als stedeling te etaleren, terwijl bohemiens (de creatieven oude stijl) in hun stamkroeg meermalen in de week met eensgestemden de wereld bespraken. Deels is dat nog zo, al is een en ander verhevigd en nog uitgesprokener.In haar masterscriptie Het belang van publieke plekken voor creatieve kenniswerkers in Amsterdam laat Renske Klunder (2010, Wageningen Universiteit) zien dat voor acteurs cafés de plekken zijn waar je gedrag van mensen bestudeert, waar je je inspiratie opdoet, waar je nieuwe acteeropvattingen uittest. Het is ook de plek waar je je collega’s en opdrachtgevers ontmoet. Voor de ontwikkeling van het vak zijn deze activiteiten net zo belangrijk als de repetities in het theater of het werken op de set.Voor journalisten geldt feitelijk hetzelfde, al zijn ze niet zo expressief als de acteurs. Journalisten hebben natuurlijk hun redactieplek, maar werken net als acteurs veel in horecagelegenheden. Ze nemen er interviews af, bereiden gesprekken voor, en werken rapportages uit. En er worden belangrijke beslissingen genomen. Ik heb een keer in café De IJsbreker aan de Amsterdamse Weesperzijde vroeg in de ochtend een flink aantal hoofdredacteuren van weekbladen en journalistieke tv-programma’s verhit bij elkaar zien zitten.
Inmiddels weten we uit vele onderzoeken dat horecagelegenheden de bedrijfslocaties zijn voor de nieuwe kenniseconomie waarin de toegevoegde waarde vooral het gevolg is van veel en veelzijdige contacten met anderen. En die bedrijfslocaties breiden uit. Op mijn zondagse wandeltocht door de stad zag ik drie januari om half elf ’s ochtends dat de Coffee Company aan de Mr. Treublaan (in Amsterdam Oost) plus café Vrijdag nog geen honderd meter verderop aan de overkant van de Amstel (Vrijheidslaan) vol zaten met jonge mensen achter hun laptop. Aan het werk, op drie januari, op een zondag!! Niet in het centrum, niet in de 19de eeuwse gordel, maar in de tot voor kort ‘saaie’ delen buiten de urban fabric. Het gaat snel, nieuwe horeca is niet aan te slepen.Cafés zijn interactiemilieus bij uitstek, en dus onmisbaar in een kennisstad waar je kennis, informatie en vriendschappelijkheden moet uitwisselen. Interactie en face to face contacten is waar het om draait. Cafés zijn onmisbaar als plekken waar je als buitenstaander het snelst in contact met anderen komt.
Het is dan ook vreemd dat NRC Handelsblad begin dit jaar ruim baan gaf aan landschapsarchitect Egbert Schuttert die een larmoyante oproep deed het horecavirus in onze steden te stoppen. What’s in a name, maar heeft die man wel door wat zich om hem heen afspeelt?Er is wel iets anders aan de hand. Creatieven, kenniswerkers, starters en anderen zijn afhankelijk van stedelijke openbare plekken: zij wisselen als individuen anoniem, vrijwillig en vrijblijvend kennis, informatie, goederen en diensten uit, nodig om individuele ontplooiingskansen te optimaliseren. De socioloog Arnold Reijndorp wijst erop dat zich ook in de horeca sprake is van selectering: ons zoekt ons. Dat is een gevaar dat juist, alleen al vanuit economisch perspectief, letterlijk contraproductief werkt.Ikzelf bezocht recent de Jopenkerk in Haarlem, de trotste moderne stadsbrouwerij. Loeidruk. Met een vriend van dezelfde leeftijd (56) stonden we midden in de zaak. Ik klampte een rondlopende jonge bediende aan, met het verzoek om twee biertjes. Nou, dat kon alleen of aan een tafeltje, of aan de (overvolle) bar. Enigszins beduusd keek ik mijn vriend aan, tot het ogenblik dat dezelfde dienstverlener zich vriendelijk tot drie jonge dames die naast ons stonden wendde met de vraag wat de dames wilden drinken. Leeftijds- en geslachtsdiscriminatie? In elk geval reden om weg te gaan en nooit meer de Jopenkerk te bezoeken. Om te eindigen in Café Koops in de Haarlemse Damstraat. Ook stampvol, met gevarieerd publiek, en vriendelijke bediening. Opgelucht: ze zijn er nog wel, de èchte publieke ruimtes.
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!