Heeft de architect het gedaan?
(verscheen op 4 februari 2015 in ROMagazine)
De terroristische aanval op de redactie en redactieleden van Charlie Hebdo is toch nog niet zo lang geleden, maar het lijkt alsof gedachten daaraan snel zijn weggezonken in het voorportaal van de vergetelheid. Dat stemt sowieso droevig, maar dat wij als planologen, stedenbouwers en andere ruimtelijke ordenaars de woorden van de 17-jarige Farid uit Parijs niet hebben aangegrepen voor een fundamenteel debat stelt ronduit teleur: „Stelt iemand zich misschien nog de vraag waar zo’n mislukte jeugd van Coulibaly vandaan komt?” (NRC Handelsblad van 17 januari). Met Coulibaly doelt Farid op de gijzelnemer van de joodse winkelier daags na ‘Charlie Hebdo’. Nou, die mislukte jeugd komt uit de banlieue La Grande Borne!
In een van de Franse commentaren las ik dat de oorzaak van de haat tegen westerse cultuur deels de gemiste koloniale belofte op gelijke kansen is, en dat dit nergens sterker zichtbaar is dan in de banlieues. Op 24 januari liet de politiek filosoof Larry Siedentop in NRC optekenen dat het eerste wat Frankrijk nu moet doen is “de ontmanteling van de ‘quartier sensibles’, de getto’s van de banlieue waar zoveel mensen zonder uitzicht op elkaar zitten….. Er moet iets aan gebeuren”.
Een kind, een politiek filosoof, zij snappen direct de relatie tussen stedenbouw en het al dan niet ‘erbij horen’ van bewoners. Zij wel, stedenbouwkundigen en architectuurhistorici niet. Ik confronteerde hoogleraar Wouter Vanstiphout met bovenstaande, maar hij gaf geen sjoege. Waarom Vanstiphout? Omdat hij in 2010 in zijn essay De architect heeft het gedaan! (Justitiële verkenningen 5/10) de vloer aanveegt met criticasters als Theodore Dalrymple die in zijn essay ‘The Architect as Totalitarian: Le Corbusier’s baleful influence (2009) stelt dat ‘Le Corbusier was to architecture, what Pol Pot was to social reform’. Dalrymple wees op de inhumane stedenbouw van het functionalisme waarvan Le Corbusier de grondlegger is en waarvan de banlieues de meest afschrikwekkende gevolgen zijn.
Ik heb de vraag van Farid enkele jaren geleden proberen te beantwoorden naar aanleiding van
een zeer interessante maar tevens ontluisterende excursie georganiseerd door de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) in november 2009 naar de Parijse banlieues. Hier werd ik snoeihard met de desastreuze en mensonterende effecten van grootschalige functionalistische uitbreidingsgebieden geconfronteerd. Omdat niemand in deze monofunctionele wijken wil wonen, worden ze ‘stortplaatsen’ voor kansloze migranten die soms linea recta vanaf de Parijse vliegvelden naar de banlieues worden gedeporteerd.
Onder de kinderen die zijn geboren in La Grande Borne, maar ook Clichy sous Bois, Trappes en vele andere hellen, zit naar alle waarschijnlijkheid net zoveel talent als onder de jeugd uit elitaire Parijse wijken als Paris Rive Gauche. In de banlieues wordt dat talent echter niet ontwikkeld. Het onderwijs is er karig tot slecht als gevolg van een massale concentratie van een gestigmatiseerde bevolking met taalachterstanden. Omdat leraren in Frankrijk meer keuzevrijheid krijgen over de plek waar ze onderwijs willen geven naarmate hun leeftijd toeneemt, staan er in de banlieues jonge, onervaren mensen voor de klas.En als kinderen hun talent al kunnen ontwikkelen dan kunnen ze het niet verzilveren omdat de toegang tot banen voor hen is afgesloten. De afstand tot Parijs is te groot en de stad vaak slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. In tijden van de heersende kenniseconomie, een interactie-economie van talenten, komt dat dubbelhard aan! Die economie nestelt zich bij voorkeur in de centrale delen van de steden. Die andere, vreemde, nieuwe, inspirerende gedachten vanuit Parijs dringen niet door tot de publieke ruimten van de banlieues. Bewoners uit de banlieues horen er niet bij. Dan wordt het zoeken naar zingeving. En die is in deze tijden snel gevonden. Ik ben het dan ook hartgrondig eens met Dalrymple en Siedentop. Ik heb daarna een parallel getrokken met de Nederlandse functionalistische stedenbouw van na de oorlog.
Klinkklare nonsens volgens Vanstiphout. In zijn essay komt hij op uiterst eloquente wijze zonder blikken of blozen tot de volstrekt onzinnige conclusie dat ‘(…) de Nederlandse naoorlogse wijken voor het grootste deel vrij succesvol zijn gebleken.’ Bovendien wrijft hij ons in dat de stad fundamenteel onvoorspelbaar is. Dus wat kan de architect er aan doen? Buitengewoon cynisch, want dit is een vrijbrief om er maar wat op los te bouwen. Wat overigens tot recent ook gebeurd is.
Het essay van Vanstiphout leest overigens als een trein, en al ontspoort die vrij snel, het is een spektakelstuk, evenals de ontwikkelingen van de laatste maanden…
Grimmiger waren destijds de reacties van architectuurhistoricus Anne Luijten en Helma Hellinga. Volgens Anne Luijten is het bedenkelijk een relatie te leggen tussen de stedenbouw van de Bijlmer en een aantal schietpartijen in dat stadsdeel,… en hoe ik het durfde een relatie te leggen tussen stedenbouw en de rellen destijds in de banlieues. Als ik haar goed begrijp mag ik die relatie niet leggen, en met andere woorden: erover nadenken is ten strengste verboden…! Terwijl twijfel toch de bron van alle kennis is. Was Luijten verbouwereerd, Hellinga zelfs ronduit woest: Hoe is het mogelijk dat een gestudeerd mens een directe relatie legt tussen Le Corbusier en vechtpartijen? Je reinste fysisch determinisme, en dus abject.
Als we het polemisch samenvatten dan is dit soort Berufsverbot tot nadenken over de relatie tussen stedenbouw en menselijk gedrag deels oorzaak van het uitblijven van de volgens Siedentop noodzakelijke ontmanteling van de banlieus, zo nodig om een einde te maken aan de polarisatie tussen verschillende culturen, die uiteindelijk heeft geleid tot Charlie Hebdo.
J’accuse!!
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!