Javastraat in de mode en Eerste Van Swindenstraat niet
Drie weken geleden. Zonnige zondagochtend, 11 uur: Javastraat. Ik weet niet wat ik zie. Enorm veel mensen op de been. Wat doen ze? Ze bezoeken de Turkse en Marokkaanse winkels, ze zitten op de terrassen van de ‘hippe’ horecagelegenheden. Ze flaneren door de straat. Ze gebruiken de straat als doorgangsroute. De zon straalt door de boompjes. Ik tel talloze nieuwe gelegenheden sinds ik er een jaar geleden ‘bewust’ doorheen ben gelopen. De straat is op zich al prachtig. Aan beide zijden statige 19de eeuwse panden, een uitnodigende bocht in de straat (wat zou daar verderop zitten?). Verschillende soorten mensen om verschillende redenen op dit moment in de Javastraat. Een stadsstraat par excellence!
Ik loop richting Javaplantsoen en weer terug. Dezelfde verrukking overvalt me. Loop het spoorviaduct onderdoor naar de Eerste Van Swindenstraat en stel met gemengde gevoelens vast dat De Ponteneur er niet meer is. Maar dat Bar Botanique ervoor in de plaats is gekomen. Een nieuw project van de Drie Wijzen uit Oost. De Eerste Van Swinden lijkt verder uitgestorven. Hoe kan dat?
Enkele dagen geleden met vakgenoten eerste schouw gehouden juist op deze plekken. We komen erachter dat in de eerste plaats de variatie in het winkel- en horeca-aanbod te maken heeft met de variatie in bevolking. De Javastraat wordt omsloten door 19de-eeuwse buurten waar gentrification snel en in grote mate plaatsvindt. Ten zuiden van de Javastraat grote vlakken met stadsvernieuwing uit de jaren ’80 – ’90 van de vorige eeuw, waar minder draagkrachtige maar ook veel bewoners met een gevarieerde etnische achtergrond wonen. Die variatie in bevolkingstypen, financiële draagkracht en culturele oriëntatie zorgt voor een diversiteit aan voorzieningen in de Javastraat. In de tweede plaats kan die diversiteit zich manifesteren in de winkelpanden die er zijn sinds het tijdvak waarin de straat werd opgeleverd. Ten derde, de architectonische variatie en de bocht in de straat accentueren het stedelijk karakter. Tenslotte, de aanpak van de openbare ruimte, de brede trottoirs en de heldere indeling van het straatprofiel optimaliseren het verblijfsklimaat. Dit zijn in onze ogen de belangrijkste condities voor het momentane succes van de Javastraat. Dat is wel eens anders geweest. Nog niet zo lang geleden was de Javastraat een (zij het voor Nederlandse begrippen) no go area.
Dus no go area’s kunnen gemakkelijk succesvolle stedelijke wijken worden? Nee! Niet gemakkelijk. Voor de duidelijkheid: daarvoor zijn een aantal ingrediënten noodzakelijk. Dat zijn (1) koopkracht, (2) dichtheid, (3) variatie in bevolking, (4) (transformeerbare) plinten in (5) reeds aanwezige stadsstraten, (6) onderscheidende of aansprekende architectuur en (7) walkable streets.
Loop je naar de Eerste van Swindenstraat, zo ervoeren we wederom, dan ontbreken daar een aantal van deze condities met het gevolg dat je je als bezoeker er niet echt prettig voelt en dat ondernemers er klagen over het succes van de Javastraat nog geen 100 meter verderop. Volgens die ondernemers ligt dat niet aan genoemde condities, maar aan de gemeentelijke aandacht voor die straat. Oneerlijke concurrentie!!?? Loop je richting de Insulindeweg en passeer je de Tweede Atjehstraat in zuidelijke richting, dan ervaar je de ten tijde van de stadsvernieuwing uit de jaren ’80 en ’90 letterlijk gebeeldhouwde onwrikbare monofunctionaliteit van de woonbuurt.
Op een paar honderd vierkante meter ontwaar je drie verschillende sociale, economische en ruimtelijke werelden. Steek de Insulindeweg over en je ondergaat de in sociaaleconomisch opzicht verwoestende werking van omvangrijke (sociale) woningbouw uit de Jan Schaeferjaren.
Zijn de zeven genoemde condities uitputtend? Wellicht niet. We maakten een stop bij Majesteit Taart in het westelijke deel van de Javastraat. De zeer jonge onderneemster, volgens mij van Surinaamse afkomst, maakte niet alleen een foto van ons, maar onderstreepte en passant in eigen glasheldere bewoordingen de analyse die wij als R&D-ers enkele minuten eerder gemaakt hadden: Net even iets meer variatie dan in de Eerste Van Swinden, veel mooiere huizen in de Java, jonge gezinnen met kinderen, niet zo hip als grote delen van de Pijp, veel mensen uit de buurt. De huur is flink wat hoger dan in de Van Swinden, maar ze verdient hier relatief veel meer. “Ik moet er flink wat taartjes voor bakken, maar ze vinden gretig aftrek bij een gemengd publiek”. Ze kan haar creativiteit kwijt, want naast de gewone taartjes serveert ze ook veganistische patisserie. (Heerlijk overigens). Die creativiteit, naast voor een deel de naam van de straat, hebben haar ook klandizie in de horecasfeer in heel Amsterdam opgeleverd. En toen kwam het eruit: “En weet je, het is hier echt een gemengd buurtje, je kent veel mensen, en dat maakt de stad leuk: gemengde buurtjes”. Jacobiaanser heb ik het buiten de academische kringen nooit gehoord. Gemengde buurtjes zijn dus een belangrijke vestigingsconditie voor jonge, startende ondernemers.
Veel geleerd. Door te kijken, met elkaar en met ondernemers te praten, cijfers niet voor zoete koek te slikken en ‘maps’ met wat kleine korreltjes zout te nemen, kom je achter de redenen voor het hoge tempo van de huidige stedelijke dynamiek. Gisteren hebben we de doorslaggevende methode voor geografische analyse gevonden. Kijk en luister.
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!