Over stad, groei en remmende 180°-momenten

Amsterdam heeft niet de grandeur van Parijs, de skyline van New York, de bouwdynamiek van Shanghai. Maar ze is net als genoemde steden een wereldstad, weliswaar niet van formaat, maar zeker qua economische dynamiek en mondiale aantrekkingskracht.

Waar ligt dat aan? Aan haar geschiedenis als hoofdstad van de wereld rond 1600; haar door de eeuwen heen gevarieerde economie, met als gevolg een redelijke maar permanente mate van tolerantie; haar grachtengordel en vooral haar fijnmazige vorm van functiemenging die de bouw van de stad vanaf de Middeleeuwen tot zo ongeveer de 19de begin 20ste eeuw met zich meebracht. En zeker, met haar Museumkwartier actualiseert Amsterdam haar succesvolle mondiale concurrentiepositie. Kortom, iedereen kent Amsterdam, al weten buitenlanders buiten Europa vaak niet dat de stad in Nederland ligt.

Amsterdam groeit de laatste jaren continue met ongeveer 10.000 inwoners per jaar. Voor Nederlandse begrippen is dat zeer uitzonderlijk. En hoe we het ook wenden of keren, die nieuwkomers wonen bij voorkeur in die woonmilieus met fijnmazige menging. Dat blijkt alleen al uit de m2-prijzen.

 

m2-prijzen woningen in Amsterdam

m2

 

Men verkiest het gemengde milieu van de vooroorlogse stad niet alleen vanwege hun stedelijke way of life die de nabijheid van een grote diversiteit aan voorzieningen als horeca, cultuurpodia, winkels, parken en crèches vereist. Maar in groeiende mate ook vanwege de veelheid en veelsoortigheid aan mensen die de belangrijkste productiefactor van de kenniseconomie zijn. Interactie tussen mensen is de toegevoegde waarde in de kenniseconomie. Interactiemilieus zijn de bedrijventerreinen van vandaag. Diversiteit en nabijheid zijn de ordenende principes van de westerse steden geworden.

Volgens velen wordt de gemengde stad begrensd door de Ringweg A10 en de metroring. Deze infrastructuurbundel zou ook de oorzaak zijn van de grote sociaaleconomische verschillen tussen de gemengde vooroorlogse stad en de naoorlogse stad die zich kenmerkt door functiescheiding.

Volgens mij ligt de oorzaak veel eerder bij de abrupte overgang tussen de vooroorlogse en de naoorlogse delen van Amsterdam. Amsterdam is tot aan de Tweede Wereldoorlog concentrisch uitgebreid. Na de Middeleeuwen volgen de 17de, 18de, 19de eeuwse gordels en de gordel ’20-’40 elkaar concentrisch op en sluiten ze voor het overgrote deel aan op het stratenpatroon van de voorafgaande bouwperiodes. Met de naoorlogse uitbreidingsgebieden van het AUP komt een definitief einde aan de eeuwenlange concentrische stadsuitbreiding. De functionalistische stad is losgekoppeld van de stad die organisch gegroeid lijkt.

Het mooist is die loskoppeling te zien op de kruising van de Jan Evertsenstraat en de Orteliuskade. Kijk je vanaf de Orteliuskade richting Mercatorplein, dan zie je een relatief levendig stuk van de stad, met winkels in de plinten en gevarieerde bebouwing. Draai je 180° op dezelfde plek dan houdt die levendigheid per direct op.

 

180° – moment Orteliuskade bij Jan Evertsenstraat

je1je2

 

Het straatkamerprofiel van de vooroorlogse stad met straatwanden van gesloten bouwblokken en verschillende bestemmingen in de plinten, verdampt in één seconde. Daarvoor in de plaats verschijnt een zee van deels geasfalteerde, deels groene ruimten zonder bestemmingen en dus zonder mensen anders dan noodzakelijke passanten.

Bij het 180°-moment van de Jan Evertsenstraat, kijkend in de richting van de Sloterplas, is het nog een eindje lopen naar de Ringweg en het Ringspoor. Het is niet de barrièrewerking van de Ring die de ontwikkeling van de Tuinsteden tot attractief woonmilieu in de weg staat, maar het feit dat de functionalistische stad niet aansluit op het organische stedelijk weefsel. In Berlijn, Londen en New York zijn voorbeelden te over van infrastructurele ‘barrières’ die geen belemmering blijken te zijn voor de organische stadsontwikkeling. In Parijs is er doorgaans geen verschil in stedelijk weefsel binnen respectievelijk buiten de Boulevard Périphérique.

Dit soort 180°-plekken zijn er veel in Amsterdam: ze markeren de abrupte overgang en loskoppeling van de functionalistische stad met de gordel ’20-’40 (vaak Amsterdamse School) als laatste uitloper van de ‘organisch’ gegroeide concentrische stad. Loop maar eens over de Lelylaan, de Beethovenstraat, de Spaklerweg, de Heemstedestraat, de Postjesweg of de Aalsmeerweg. Je kruist telkens weer het 180°- moment.

 

180° – moment Aalsmeerweg

am1am2

 

Het hechten van deze ‘ijle zone’ tussen de voor- en naoorlogse stad is momenteel een belangrijke ruimtelijke opgave. Omdat deze ‘Ringzone’ dichtbij de gemengde delen van Amsterdam ligt, omdat de bereikbaarheid goed is en omdat hier daadwerkelijk nog ruimte is voor nieuwbouw en transformatie (van leegstaande kantoorpanden). Maar vooral ook omdat daarmee de naoorlogse stad ontsloten wordt als woonmilieu om de toeloop naar de hoofdstad te huisvesten. Dat zal gepaard moeten gaan met hier en daar verdichting en menging zonder het karakter van deze gebieden uit te wissen. Daarmee kan Amsterdam ook qua formaat een rol spelen op wereldniveau. Omdat dat leuk is? Wellicht. Maar bovenal omdat de Amsterdamse kenniseconomie méér gemengde en aantrekkelijke woon-werkmilieus nodig heeft.

 

Deze blog is in november 2014 in verkorte versie verschenen bij WENDINGEN, digitaal platform voor de Amsterdamse School: www.amsterdamse-school.nl.

 

 

 


Monique.Amkreutz schreef:

Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!

André schreef:

Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…

Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!

Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..

Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.

e van hagen schreef:

Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.

Harrie schreef:

U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.

Joop Moes schreef:

Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.

Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.

Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.

Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.

J. Bret schreef:

Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.

Willem Boterman schreef:

Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.

Agnes schreef:

Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.


Geef een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd