Startups en volkshuisvesting: ruimte voor een nieuwe economie
verscheen eerder in ROmagazine.nl op 5 november 2015
In de hoogtijdagen van de industrialisatie verlieten de op extensief ruimtegebruik gefixeerde bedrijven de stad en suburbaniseerden de werknemers met hun gloednieuwe auto’s mee. Met de hedendaagse op interactie en face to face gerichte kenniseconomie worden stedelijke dichtheden belangrijk en stromen sommige steden weer vol. Waarmee maar gezegd wil zijn dat transformaties in de economie gepaard gaan met veranderingen in stedelijke verschijningsvormen.
Transformaties volgen elkaar steeds sneller op, bijgevolg een hoge dynamiek van en in het stedelijk weefsel. Uber, Airbnb, cloud computing: ze verstoren niet alleen de belegen markten, maar confronteren stedelingen met snelle verandering in hun fysieke leefomgeving. In The Economist van 24 oktober j.l. staat het veel eloquenter: “Across industries, disrupters are reinventing how the business works”. En, zo vervolgt het Engelse weekblad, het meest interessante aan de alternatieve economie is ‘the new breed of high potential startups’. In dezelfde steden waar Ford, Kraft, Heinz, Mercedes, Heineken en Sphinx hun imperia stichtten, bouwen vandaag duizenden jonge mensen nieuwe bedrijfjes in tijdelijke bedrijfsruimten, van brandstof voorzien door koffie en dromen.
Een groot aantal traditionele multinationals en corporates zullen blijven bestaan, zeker in de kapitaalintensieve olie- en gassector. Maar de nu al aanwezige tendens tot afslanken, zich richten op de corebusiness en externaliseren van risicovolle bedrijvigheid (met name in de creatieve en innovatieve sfeer), maakt de weg vrij voor veel kleinere, creatieve en sterk op innovatie gerichte bedrijvigheid.
Een niche? Niet meer lang! Velen zijn het met The Economist eens dat een aanzienlijk aantal startups zal falen, maar dat hun manier van productontwikkeling en financiering maatgevend zal worden voor het gros van de toekomstige bedrijvigheid. Ook de grote Nederlandse steden zullen zich geconfronteerd zien met een generatie (jonge participanten) op de arbeidsmarkt die voor haar eigen werk zal moeten zorgen en zich bedrijfsorganisatorisch zowel als ruimtelijk op eenzelfde wijze zal oriënteren als hun pioniers: de startups.
Wat doet dat met de stad? Een hoop. Tot de verbeelding spreekt het advies van The Economist: bezoek 85 Broad Street in downtown Manhattan, waar tot 2009 het hart van de Amerikaanse financiële sector, Goldman Sachs, klopte! WeWork, een bedrijf dat jonge bedrijven huisvest, is nu eigenaar van zes van de dertig verdiepingen, gevuld met 2000 startups (‘leden’ in de terminologie van WeWork). Mooier dan The Economist kan ik het niet opschrijven: The stream of limousines with blacked-out windows that surrounded the building during Goldman’s tenure has thinned, replaced by swarms of people in an array of startup-wear, from tartan shirts to hoodies.
WeWork heeft weliswaar 30.000 leden, ongeveer 8000 bedrijven op 56 locaties, maar in, let op, slechts 17 steden. En Amsterdam is daar één van!! Een zoveelste bewijs dat Amsterdam geen groot dorp is, maar een mondiaal opererende metropool. Deze stad is op Londen na de beste stad voor start-ups in de EU. Dat staat in de Europese Digitale Steden Index, een initiatief van de Europese Unie. In de 2015 uitgave van ‘the Startup Genome Project’ belandde Amsterdam op de 19de plek achter Sydney, Toronto en Vancouver als ‘developing startup ecosystem’.
Met enkele collega’s heb ik de recente maanden door een ruimtelijke bril (statistische data, interviews en schouwen) naar Amsterdamse startups gekeken, en ben tot een aantal (voorlopige) bevindingen gekomen. Het overgrote deel van de Amsterdamse start-ups bevindt zich in het centrummilieu van de stad. Veel van de bedrijven die zich daarbuiten bevinden vestigen zich in transformatiegebieden als Amstel III bij de Amsterdam Arena, maar ook op bedrijventerreinen als Buiksloterham aan de noordkant van het IJ. Wat betreft de universiteitscampussen heeft alleen het Sciencepark een opvallende clustering van start-ups. De VU-campus en het AMC zijn echter opvallend lege plekken op de kaart. Dit beeld komt overeen met de situatie in Londen en New York.
Hoe komt dat? Deels door de aard van de startup. We onderscheiden drie typen startups: de stedelijken, de solitairen en de parochialen. De stedelijken zijn bij uitstek te vinden in het centrumstedelijke milieu en lessen hun (noodzakelijke) behoefte aan interactie en (zakelijke) voorzieningen aan de hen omringende stad. Solitairen zijn eigenlijk een set van startups (community in jargon) en internaliseren interactie en voorzieningen in een inpandig startup-ecosystem. Een prachtig voorbeeld hiervan is B-Amsterdam aan de Johan Huizingalaan in de Westelijke Tuinsteden, de naoorlogse stad die zich kenmerkt door functiescheiding.
De parochialen zijn wat afhankelijker, zoeken op hen gerichte voorzieningen op, willen voortdurend contact met soort- dan wel lotgenoten (parochie), maar zijn uiterst nieuwsgiering naar de stad direct om zich heen: gericht op urbi et orbi. Die afhankelijkheid is niet gerelateerd aan sulligheid, maar aan het feit dat het voornamelijk buitenlands talent betreft dat wel de roem van maar nog niet de weg in de stad heeft ontdekt. Zij zoeken (bekende) co-workspaces op (zoals het fameuze WeWork).
Stedelijken en solitairen zijn ook in de oude economie bekende bedrijfsvormen die hun heil zoeken binnen respectievelijk buiten de stad. De stedelijken nemen echter in aantal toe. Solitairen bewandelen een op zijn zachts gezegd opmerkelijke weg in een periode dat zelfs de traditionele bedrijvigheid zich kenmerkt door afslanking. De parochialen vormen echter een nieuw fenomeen.
Het zijn vooralsnog voorlopige bevindingen, maar deze driedeling betekent ook iets voor het ruimtelijk beleid. De ‘afhankelijke’ parochialen zijn gebaat bij georganiseerde co-working spaces in of direct grenzend aan de centrale delen van de stad. Dat betekent dat transformatie van oude kantoor- of industriepanden in dit gebied herbestemming betekent voor startup gerelateerde bedrijvigheid. Bovendien: bezint eer ge sloopt! “New ideas need old buildings”, zei Jane Jacobs al in 1961.
Wat betreft de solitairen: die gedijen blijkbaar in steeds meer verlaten traditionele bedrijventerreinen ver van de centrale stad. Laat hen hier experimenteren. Goedkope ruimte in overvloed.
Aan stedelijken hoef je geen bijzonder aandacht te schenken, anders dan wat ook voor de twee andere typen geldt: behoud en versterk waar nodig de functiemix, en bouw woningen in het middeldure huursegment. Worden werkplekken door de markt georganiseerd, huisvesting van (internationale) talenten en expats niet! De (internationale) kenniswerker heeft een normaal inkomen en besteedt te veel aan wonen. Te groot voor een sociale huurwoning, te klein voor (huidige voorraad) vrije markthuur. Die woningvraag zit niet per se in het centrum, maar wel in het centrumstedelijk milieu.
Deze kenniswerker vormen de nieuwe arbeidersklasse. Moeten we naar een volkshuisvesting 2.0 die voor deze groepen betaalbare huurwoningen in het middensegment bouwt? Mijns inziens wel! Het Financieele Dagblad van 27 oktober kopt niet voor niks: ‘Tekort betaalbare huurwoningen bedreigt economie grote steden’!!
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!