Terug naar de fabriek (boekrecensie)

deze boekrecensie verscheen eerder in ROm: ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en milieu; Jaargang 33 | nr. 11

terug naar de fabriek

Zij het met gepaste afstand heb ik de ontwikkeling van IBA Emscherpark vanaf het begin (1990) met toenemende verwondering gevolgd. Dit grootse herstructureringsproject in een deel van het Ruhrgebied moest industriële complexen en landschappen transformeren en re-naturaliseren teneinde bij te dragen aan een economische en culturele Wende in deze probleemregio.Het Ruhrgebied heeft sindsdien een beter imago gekregen en ook economisch is er vooruitgang geboekt. Of dit laatste ook mede te danken is aan deze IBA (Internationale Bau Austellung) blijft de vraag. Maar wat als IBA Emscherpark er niet was geweest, en bijvoorbeeld de Zeche Zollverein, nu werelderfgoed, zou zijn gesloopt (wat midden jaren ’80 van de vorige eeuw toch echt de bedoeling was)? Inmiddels onvoorstelbaar.

De schoonheid van IBA Emscherpark-projecten heeft het bij mij al sinds mijn kindheid sluimerende onbehagen over het rigoureus slopen van de relicten van de Limburgse mijnbouw doen ontvlammen in nog steeds virulente woede. Hoe zou Parkstad Limburg eruit hebben gezien als de soms prachtige gebouwen uit dat industriële tijdperk behouden waren gebleven en gevuld met gevarieerde culturele en economische voorzieningen? En zou de eerste IBA buiten Duitsland, IBA Parkstad, niet veel meer kans van slagen hebben als zij mocht grasduinen in een veelheid van al dan niet vervallen industriële complexen?

Waarom zijn wij Nederlanders altijd haantje de voorste om de sporen van geschiedenis uit te wissen? Dat deze hardnekkige en bevooroordeelde stellingname van mij ongenuanceerd is, blijkt uit het prachtig vormgegeven en verleidelijk geïllustreerde Terug naar de fabriek; 25 industriële iconen met nieuwe energie. Uit alle windrichtingen zijn prachtige voorbeelden verzameld van oude fabriekscomplexen die vooral de laatste jaren een nieuwe, veelal culturele en creatieve invulling hebben gekregen. De beschrijvingen en beelden zijn zo verlokkelijk dat ik sinds ik het boek in handen heb al zeven van de 25 complexen heb bezocht, met uiteraard het boek in de rolkoffer. Die koffer moet mee, want je blijft natuurlijk minimaal een overnachting in de stad waar het boek je naar toe dwingt. Voor een stadsgeograaf die reikhalzend loert naar de grote metropolen in de wereld, is het boek een onverwachte maar welkome confrontatie met de genese en soms teloorgang van ooit belangrijke steden en stadjes in Nederland.

Ik ken Maastricht redelijk goed, evenals de geschiedenis en invloed van grootindustrieel Petrus Regout op de morfologie van de stad, maar de hernieuwde confrontatie met de Sphinx fabrieken na het lezen van het boek gaven nieuwe inzichten. En nieuwe horecatips! De wandeling door Roombeek kreeg een extra dimensie aan de hand van de Enschedese textielgeschiedenis beschreven in Terug naar de fabriek. Zonder dit boek zou ik nooit in het Energiehuis in Dordrecht terecht zijn gekomen. Ik zou wat gemist hebben.

Jammer is wel dat het eerder een reisgids is dan een verdiepend boek. Dat had ik eerlijk gezegd wèl verwacht van de overwegend ervaren journalisten. Het inleidende hoofdstuk Bejubeld, verguisd en gewaardeerd geeft opsommend en oppervlakkig de industriële geschiedenis van Nederland weer en de effecten daarvan op het vastgoed. Is de geïnterviewde Peter Nijhof echt de enige die er iets zinnigs over te zeggen heeft?De toon is verder zeer blijïg, wat met zinnen als ‘loop ook gerust bij een van de bijzondere bedrijfjes naar binnen’ of ‘nu mag iedereen er komen om te genieten van de romantische omgeving’ naar Dominicus reisgidsen riekt.Ik had graag van de schrijvers geweten of de nieuwe functies op termijn levensvatbaar zijn, en wie de onderhoudskosten van de prachtige complexen gaat ophoesten (een groot probleem nu bij de IBA Emscherpark-projecten).

Maar misschien is mijn verwachting onterecht, en gaat het de schrijvers primair om de schijnwerpers te richten op deze parels in het Nederlandse economische landschap. Dat doen ze met het mooiste en verleidelijkste licht. Ik ben er blij mee!

 

Terug naar de fabriek.

25 industriele iconen met nieuwe energie.

M. Bayer. M, M. Bovens, B. Husslage, J. Boer & B. Vermeer 2015

Amsterdam: Uitgeverij Oostenwind

ISBN 978-94-91481-07-9


Monique.Amkreutz schreef:

Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!

André schreef:

Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…

Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!

Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..

Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.

e van hagen schreef:

Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.

Harrie schreef:

U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.

Joop Moes schreef:

Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.

Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.

Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.

Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.

J. Bret schreef:

Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.

Willem Boterman schreef:

Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.

Agnes schreef:

Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.


Geef een reactie

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd