Toerisme is de nieuwe stadsvernieuwing
Toerisme is de nieuwe stadsvernieuwing
(verscheen eerder in ROmagazine 24 september 2014)
Veel Nederlandse steden profiteren van de mondiale hausse in toerisme. Samen generen de bezoekers aan bijvoorbeeld Amsterdam een omzet van ruim € 10,3 miljard op jaarbasis. De sector is goed voor 70.000 werkzame personen, meer dan 5% van de totale werkgelegenheid in de stad. De sector toerisme en congressen is dan ook niet voor niets door de Amsterdam Economic Board aangewezen als een van de 8 sterke clusters in de Metropoolregio Amsterdam. Het cluster onderhoudt nauwe banden met het overige bedrijfsleven, culturele instellingen en onderwijsinstellingen in de regio.
Daarbij komt dat een hoge kwaliteit van vrijetijdsvoorzieningen en (toeristische) attracties een belangrijke vestigingsconditie is voor bedrijvigheid in de kenniseconomie. Vrijetijdsvoorzieningen vergroten de concurrentiepositie van de stad.
Maar, steden zijn de laatste jaren behoorlijk drukker geworden, wat weer een hoop kritische reacties van bewoners met zich meebrengt. In Amsterdam is een toerist op een herkenbare huurfiets een gewild object van hoon en spot. In Berlijn wordt de toerist hier en daar ingepeperd dat hij geen Berlijner is: Touris raus!
Wat moeten we nou met die hordes bezoekers? Nederlandse steden kennen over het algemeen oude historische binnensteden die alleen al vanuit fysiek oogpunt de drukte niet aankunnen. Fietsers vormen inmiddels voor fietsparkeer- en fietsfileproblemen in de stad. Grote aantallen autobussen dwingen lokale overheden voor versneld onderhoud aan de openbare ruimte. Parken zijn overbelast. Een museum kom je niet meer in. Dat is natuurlijk niet alleen aan toeristen te wijten, maar evenzeer aan het explosief toegenomen gebruik van de publieke ruimte door bewoners, werkenden en studenten. Dat vergt zeker maatregelen.
Goed beschouwd is toenemende drukte echter ook een indicatie voor succes van de stad. Onvrede is in mijn optiek een gevolg van de versnelde dynamiek in sommige steden die niet altijd gelijk op gaat met het adaptatievermogen van de individuele stedeling. Dat betekent kort gezegd dat uiteindelijk de frictie tijdelijk zal zijn en het gezeur mettertijd vanzelf over gaat. Zo was ooit de overlast van skaters in het Vondelpark een wereldissue voor de overige gebruikers en omwonenden van het park. Maar door toenemende drukte verruilden de skaters als vanzelf het park voor comfortabelere plekken in de stad. Rust (relatief) weergekeerd.
Interessant in dit verband zijn wat anekdotische ervaringen in Kraków en Dresden. Die historische binnensteden zijn enorme toeristische trekkers. Dresden vanwege de met ongekend brute kracht weggebombardeerde barokke binnenstad (en de soms indrukwekkende restauratie ervan na de Wende), Kraków vanwege haar juist niet vernietigde met name renaissance binnenstad, die na de val van de Muur flink is opgepoetst en overtuigend in de mondiale toeristenmarkt is gezet. Druk, druk, druk.
In beide steden leverde de TomTom me keurig af bij het hotel, maar stond ik pardoes midden in de stad op het centrale plein, in Dresden bij de ingang van de Frauenkirche, in Kraków op het wonderschone plein Rynek Glówny. Had ik een bord gemist? Helemaal niet. Shared space par excellence! Je kan er rustig met de auto naartoe, maar elke weldenkende stedeling laat het wel uit zijn hoofd zich daar met zijn auto te vertonen. De toeristenmassa is haast ondoordringbaar. Maar een (verkeers)probleem is het niet!
Na anderhalve dag heb je de verplichte nummers wel gezien en dwingt de horde je de omringende, meestal 19de eeuwse wijken in. Daar kun je je onder de oorspronkelijke inwoners mengen. Ook daar worden daarom architectonische, historische of programmatische pareltjes (in toenemende mate ook door particulieren) afgestoft en geupdate. Moderne en jazzy klezmer in een bijna vervallen synagoge in de tot enkele jaren geleden volledig vervallen Joodse wijk Kasimierz (Kraków). Gentrification in Neustadt, jenseits der Elbe. Studenten en studentenvoorzieningen (cafés) elders.
Lokale overheden rest niets anders dan de aanzuigende werking van toeristen te gebruiken om diezelfde toeristen te geleiden naar ander potentiële plekken in de buurt van het stadscentrum. De flink uitgedunde toeristenmassa dáár zorgt voor draagvlak voor lokale voorzieningen. Dat geleiden vergt natuurlijk veel overheidsaandacht en ruimtelijke ordeningsprecisie, maar wordt uiteindelijk voor een deel betaald door de miljardenopbrengsten van toeristen. Toeristen zijn de stadsvernieuwers van vandaag de dag.
Weet je Monique, als je niets doet gebeurt er ook niets…
Het helpt natuurlijk geen mallemoer om een deels leegstaand megaproject in een stad met bovenmatig veel laagstand te bouwen, wat gespeend is van functionaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit. Huisman een architect? Alsof je Sven Cramer opstelt als spits van Barcelona Football Club………Doordrenkt van prestige, dit overbodige plan. Verder zal dat Mijnwater als energiemonopolie ook niet echt helpen. Pure geldverkwisting!
Komt nog bij dat de ontsluiting met de zuidzijde van de stad er niet komt omdat de beoogde hotelbelegger geen cent te makken heeft en het als doorverkoopobject heeft aangekocht met een lege B.V..
Amsterdam is uniek om zijn scheggen en wordt daar terecht voor geprezen. Niet aan morrelen zou ik zeggen. Of volkstuinen daar in thuishoren is inderdaad een terechte vraag. Maar dat betekent toch niet dat je die ruimte direct moet volbouwen? Natuurlijk blijft Groengebied Amstelland om de hoek liggen, maar toch ook weer iets verder en de verbinding wordt weer zwakker. Een groene Scheg die tot diep de bebouwing van Amsterdam in loopt heeft ongekende waarden. Toen ik in de Afrikaander buurt woonde kon ik langs de Amstel binnen tien minuten naar een boer fietsen voor verse melk. Onderweg reed ik door het groen en vergat de drukte van de stad terwijl ik de weidevogels hoorde. Amsterdam een stad die verbonden is met de veenweiden er omheen. Onbetaalbaar. Probeer dat beeld in stand te houden.
Zou je niet eerst eens gaan kijken voor je dit soort dingen over Amstelglorie schrijft? 40% van het park is openbaar, het heeft reeds meerdere buurtfuncties en of het natuur is?? Ga eens kijken.
U draait de zaken om: De buurten rond de Van Woustraat zijn geen succes “dankzij de drukte van de Van Woustraat”, maar “ondanks de drukte van de Van Woustraat”.
Als je op de kaart de groene scheg bekijkt zie je dat in de loop van vele jaren de groene scheg langzaamaan is opgeknabbeld (Overamstel 1 en Amstelkwartier).. Amstelglorie is nu met het Oeverbos de kop van de Amstelscheg geworden. Die kop afhakken is een doodzonde. Ook doet de stelling afbreuk aan de sociale functie van het volkstuinieren dat daar al 65 jaar plaats vindt en de populariteit van de bevolking (want de wachtlijst is met zo groot als het aantal tuinen). Dus afblijven van Amstelglorie.
Ja, de natuur met biodiversiteit in de Amstelscheg is inderdaad niet zo maar vervangbaar, zeker niet door een monotoon strookje kaalgeschoren gras evenwijdig aan de Amstel zoals op de foto hierboven te zien is.
Dat de Van Woustraat/Rijnstraat in bovenstaande tekst wordt bejubelt als prettige rustige voorbeeldstraat is mij een raadsel. De verkeerssituatie is zo problematisch dat de gemeente Amsterdam deze straat al jaren aan het verbeteren is. Het is een drukke straat met een tram en veel soorten verkeer. Tot de Utrechtsebrug is de straat onderdeel van Plus net fiets en over de brug Plus net auto.
Ik mis onderbouwing van de bewering dat het Volkstuincomplex Amstelglorie een rare groene vlek zou zijn.
Wat ik mij afvraag is waarom er niet rondom de volkstuin parken wordt gebouwd. Je kan de complexen iets meer als een park inrichten met hier en daar een verblijfruimte en ze als park incorporeren. Jeanine Bret.
Mooi Jos, ik heb ook van Jacques’ colleges genoten.
Over Heerlen gesproken.
Toevallig een stukje station gezien… Verbaasd verwonderd!!!
Niet veel tijd.maar kwam bewust
een keer terug om te kijken.
En was erg onder de indruk over
Zo veel schoonheid prachtig.
Ging zitten op het oude café dat er mooi verzorgd uit zag, en genoot, al pratende met enkele toevallige medebewonderaars.
Daarna wandelend door de straat
Waar etalages en niets er verzorgd uit zag waar een onderneemster mij bijna kwaad
aan keek om dat ik het waagde
Het station mooi te vinden.
Dat was 2019 20 ik weet niet hoe het nu is???
Maar ik hoop nog vaak zoiets moois te zien wat m’n hart raakt.
Jaren geleden woonde ik nog in Heerlen. Toen al wist je dat het maankwartier er koste wat kost zou moeten komen. Lang voordat de crisis begon. Een prestige kwestie? Laten we hopen dat het Heerlen een stapje verder brengt. Ik betwijfel het!